Algemeen    > START Zeilboot Verkeer Sociale Zaken Tafel Horloge ICT Motor

CONTACT

Architectuur > Theorie PLEIN villa Zeezicht villa Bosrand R&O     Inspiratie  

Het ruimtelijk verhaal herstellen verhoogt de ruimtelijke kwaliteit en is de beste bescherming tegen verrommeling.

Het groeien van de steden heeft het ruimtelijk verhaal van deze steden gebroken en stedelijke gebieden opgeleverd zonder een duidelijke binding. (bijv. Vinex locaties en industrie terreinen) Het herstel van het ruimtelijk verhaal repareert dit gebrek aan kwaliteit. Een sterk ruimtelijk verhaal geeft verrommeling bovendien geen kans en is daarmee de basis voor een duurzame ruimtelijke ontwikkeling.
 

Door Henk Bos, Architect, januari 2008

De ruimtelijke kwaliteit weer op de politieke agenda.
Nu, met het huidge kabinet, is het onderwerp ruimtelijke kwaliteit weer helemaal terug op de agenda.
De Volkskrant heeft een multimediale, brede maatschappelijke discussie georganiseerd en de huidige minister heeft de kwaliteit van de ruimtelijke ordening tot speerpunt van haar beleid gemaakt. Het Ruimtelijk Planbureau gaat o.a. door het monitoren van een aantal ontwikkelingen de minister de mogelijkheid bieden handen en voeten te geven aan haar intenties.
Maakt ze een kans? Als je de geschiedenis moet geloven niet echt!
Immers zelfs Jan Pronk, misschien wel de meest daadkrachtige Nederlandse minister ooit, heeft met lede ogen moeten toezien dat wat hij met zoveel moeite gedurende zijn periode op het ministerie van Volkhuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu tot stand had gebracht direct na de overdracht van de macht ter zijde werd geschoven. Hij was bovendien niet de eerste die zich op het onderwerp heeft stuk gebeten.

Het ruimtelijk verhaal gebroken.
Het kwaliteitsgebrek in de ruimtelijke ordening heeft in Nederland zijn intrede gedaan zo rond 1975 met de Bijlmermeer als meest spraakmakend voorbeeld. Na aanleiding van de sterke groei van Parijs, Londen en New York was toen al bekend dat met traditionele vormgeving de toegenomen grootte van de steden niet vorm te geven was. De Bijlmer maakte in Nederland pijnlijk duidelijk dat met een vormgeving tussen stad (flats) en land (de ingesloten groene ruimtes) in, niet een kwalitatief sterke verbinding tussen beide werelden werd gerealiseerd maar een verarmde tussenvorm die noch de landelijke, noch de stedelijke kwaliteiten bezat.
Het splitsen van de verkeerstromen maakte dit probleem alleen maar erger.
De ene schraalheid trekt de ander aan waarmee al snel na de realisatie van de Bijlmer, een spiraal van verloedering optrad.

Bijlmer, vuilnis op galerijflat
verloedering Bijlmer, stapeling van kwaliteit gebrek.

De groei van de steden naar metropolen heeft na de industriële revolutie in een snel tempo plaats gevonden. De vormgeving daarvan was voor architecten en stedenbouwers een nieuwe uitdaging. Teruggrijpen op de lange traditie van bouwkundig vormgeven was niet mogelijk. Logisch dat er in die jaren geëxperimenteerd is om de problematiek goed te doorgronden en dat vooral mislukkingen inzicht gaven over het overschrijden van grenzen.
Wat bij het ontstaan van metropolen doorbroken werd is wat daarvoor nog nooit doorbroken was, het ruimtelijk verhaal.


Plan Voisin van Corbusier voor Parijs. Een abstract ruimtelijke oplossing echter met een breuk tussen de architectuur - en stedebouwkundige schaal.

Het ruimtelijk verhaal en zijn vormgeving.
Via een ruimtelijk verhaal kennen wij onze omgeving. Het geeft ons inzicht in het verband van de kleinste kamer van een huis tot aan de vrije natuur. Het ruimtelijk verhaal van een stad biedt ons dit aan in een aantal op elkaar betrokken werelden die van klein naar groot het verhaal vormen.

De eerste wereld die het dicht bij ons staat en waar het ruimtelijk verhaal mee begint is de ruimtelijke wereld van de huizen en gebouwen, de wereld van de architectuur.
Het bijzondere van deze wereld is dat wij op basis van ons eigen fysiek een relatie aangaan met deze wereld.

Man looking out hallway window.
Het eigen fysieke lichaam in verhouding met de architectonische ruimte, het begin van het ruimtelijk verhaal.

Het is voor ons makkelijk door het kennen van de ruimtes waaruit een huis of gebouw bestaat ons van het geheel een beeld te vormen, vooral als het helder is samengesteld en we ook in de gelegenheid zijn geweest een indruk van de buitenkant te krijgen. Wordt het aantal ruimtes echter zeer groot en is bovendien de samenstelling willekeurig dan lukt de beeldvorming niet meer.
Dit mislukken ervaren wij als onprettig en als een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit, In horrorfilms is dit effect regelmatig gebruikt om een gevoel te creëren gevangen te zijn in een omgeving.

Een schaalniveau groter is de wereld van de stedenbouw, de wereld van de architectuur is hier de leverancier van de basiselementen en daardoor sterk verbonden met deze wereld. Van deze basiselementen huizen en gebouwen worden o.a. de pleinen, straten, stegen en avenues samengesteld, welke in samenhang wijken vormen, welke de stad vormen.
Ook als in deze wereld er geen grens is aan het gebruik, bijvoorbeeld als de ene straat de andere straat maar blijft opvolgen in een schijnbaar eindeloos reeks dan lukt het ons niet meer daar een ruimtelijke beeld van te vormen hetgeen vervreemdend werkt en wij net als in de wereld van de architectuur ervaren als een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit.

De wereld wederom een schaalniveau groter is die van het landschap. Het landschap legt in de wereld van de stedenbouw zijn verbinding met stadsparken en ander groen. Het bijzondere van deze ruimtelijke wereld is dat deze doorloopt tot de open landschappelijke ruimte, welke het einde inluidt van het ruimtelijk verhaal. Nederland is rijkelijk bedeeld met deze ruimtelijke vorm.


Central Park New York

Central park New York, het ruimtelijk element dat de maat van Manhattan bepaald.

Ontwerpers staan kortom drie werelden met een oplopende schaalgrootte ter beschikking om het ruimtelijk verhaal vorm te geven. Voor het gebruik van elke wereld bestaan er grenzen worden deze overschreden dan ontstaat er ter plekke een verzwakking van de ruimtelijke kwaliteit en een aantasting van het ruimtelijk verhaal.
De binding met het ruimtelijk verhaal gaan wij aan via de kleinste elementen (ruimtes) van de kleinste wereld. In onderlinge relatie en met twee schaalstappen wordt via de grootste ruimte type van de landschappelijke wereld, het open landschap het einde van het ruimtelijk verhaal ingeluid.

Het open landschap
Het open landschap..

In het open landschap wordt onze ruimtelijke beeld omgedraaid. Vormen we in de werelden van ruimtelijk verhaal ons voordurend een ruimtelijk beeld van onze omgeving en hoe deze zich tot ons fysiek verhoudt, in de open landschappelijke ruimte laten wij dit los gedwongen door de onmogelijkheid. Wat overblijft ervaren we daardoor nadrukkelijker, onze eigen fysieke ruimtelijkheid staand op het aardoppervlak.


Het
eigen fysieke lichaam in de oneindige ruimte, het eind van het ruimtelijk verhaal.

Het menselijk talent om zich via een ruimtelijk verhaal een mentaal beeld van zijn omgeving te vormen is essentieel om zich te kunnen verhouden tot de wereld om haar/hem heen. We kunnen dit ruimtelijk verhaal bovendien versterken met een stelsel van datgene wat ons opvalt binnen de ons bekende omgeving. Kijk maar hoe we anderen de weg wijzen; “U gaat vervolgens links af na het Shell pompstation” of ” het is een paar huizen verder dan de bakkerswinkel met de opvallende gele winkelpui”. of “ het is de straat waarin u in het verlengde de kerktoren ziet”.etc., etc.

L.J.m. Tummers en J.M. Tummers-Zuurmond hebben met hun boek “Het land in de stad” een handboek en de geschiedenis geschreven over het gebruik van de vormentaal van de wereld landschap bij het ontwerpen van de grote agglomeraties. Een standaardwerk over de verhoudingen binnen de domeinen architectuur en stedenbouw is het boek “De architectonische ruimte”” van Dom H. van Der Laan.

Nu we weten dat met het gebruik van de ruimtelijke elementen uit de wereld van het landschap we wel in staat zijn metropolen en agglomeraties vorm te geven, dan zou je zeggen dat met architecten, landschaparchitecten en stedenbouwkundigen die hun vak verstaan het probleem is opgelost. Niets is echter minder waar.

Zonder vormgevers geen vormgeving.
Binnen Nederland hebben ruimtelijke ontwerpers, heel verrassend, niks met deze opgave te maken. In de Nederlandse context is dit het domein van praktisch uitsluitend bestuurders en planologen. Zij betrekken de ruimtelijk ontwerpers alleen bij deelgebieden met het gevolg dat verrommeling alle kans krijgt. Binnen de politiek en de verschillende kabinetten ontbrak het inzicht dat het in zijn kern een ruimtelijk ontwerp probleem betrof ondanks dat in de inventarisatie van de kritiek zowel in de tijd van minister Pronk als nu toch overvloedig duidelijk maakte dat het hier om een vormgevingsprobleem ging. Niettemin probeert men al sinds 1975 met de planologische, bestuurlijke aanpak een vormgevingsprobleem op te lossen en dat lukt natuurlijk niet. Ook de huidige aanpak, welke een vorm van symptoombestrijding is, kan niet slagen. Zelfs het Ruimtelijk Planbureau, een bestuurlijk- planologisch adviesorgaan van de regering ziet dit in. Men verklaart dat het ideaalbeeld wat oprijst uit de kritiek en wensen niet meer te realiseren is in de huidige situatie. Binnen de planologie is een oplossing ook niet logisch. Planologen proberen voor een gebied zoveel als mogelijk tegemoet te komen aan de eisen en wensen van de belanghebbende(n) voor dit gebied. Als het een gebied is in de buurt van steden dan zijn er logisch veel belanghebbenden en veel eisen en wensen Om al deze eisen en wensen een plaats te geven heeft men vaak de neiging het gebied in kleinere oppervlakten op te delen om makkelijker de wensen en eisen een plek te kunnen geven. Bij uitbreiding van steden moet men om het ruimtelijk verhaal in stand te houden echter juist de grotere schaal gebruiken van landschappelijke elementen. De planologische benadering maakt dit moeilijker en bevordert daarmee eerder op deze plekken ruimtelijke kwaliteitsverarming, zoals verrommeling, dan deze tegen te gaan. Daarnaast heeft, hoewel in Nederland in veel beperkter mate dan in menig buitenland, bestuurlijk opportunisme de ruimte gehad zich te doen gelden met o.a. kwaliteitsarme en snel in verval rakende industrieterreinen als gevolg. Maar ook binnen steden treed dit op. Amsterdam Noord is  nu geen eenheid. Het deel wat aansluit op de havens is chaotisch en kent veel zwakke plekken.

Ziet de minister in dat ze met name een vormgevingsprobleem heeft dan maakt ze een kans. Lukt het haar de vormgevers architecten, landschapsarchitecten en stedenbouwers dit vormgevingprobleem te laten oplossen dan is de zaak ten goede gekeerd. Het is dan ook niet nodig dat ze zich beperkt tot de wel magere insteek van opruimen en voorkomen van verrommeling maar kan ze met een gerust hart het initiatief nemen het creëren van ruimtelijke kwaliteit een positieve impuls te geven.

Het ligt voor de hand dat je voor elke stad een team van ontwerpers samenstelt die gemeenschappelijk het ruimtelijk ontwerp van de stad maken, aanpassen en onderzoeken. Het gaat hier om de stad als ding. In het geval van de stad Rotterdam dus in ieder geval de gemeentes Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maasland en Rozenburg. Om het land in de stad te ontwerpen is het noodzakelijk dat deze teams kunnen samenwerken met ontwerpteams die het omringend landschap op een gelijke wijze onder hun hoede hebben. Deze teams dienen hun ontwerpen te kunnen afstemmen met een team dat verantwoordelijk is voor een regionale schaal voor ontwerp uitspraken die op het regionale niveau hun plannen beďnvloeden en voor de echt grote lijnen met een team op landelijk niveau.

De ontwerpen dienen vervolgens afgestemd te worden en ingepast in het stelsel van plannen (bijvoorbeeld bestemmingsplannen) zoals dat nu in Nederland bestaat.

Kansen.
Kansen die we kunnen gaan benutten zijn bijvoorbeeld voor Amsterdam de Zuid-as. Wordt dit project als een park vormgegeven, hetgeen zeer goed past bij de huidige ontwerpen van de hoofdkantoren van multinationals als sculpturen dan is er een heldere verhouding ontstaan naar de grens van de stad (Amstelveen) die raakt aan het groene hart. Richting het centrum ontstaat de uitdaging relaties met andere parken en groen te versterken en zo het ruimtelijk verhaal te versterken.  De dynamiek die nu ontstaat aan de noordkant van het Ij met de herinrichting van de havens biedt een gelijke kans voor het Noorden van de stad.

kraanspoor gebouw
Het Kraanspoor gebouw Amsterdam Noord.


Overzicht Zuidas
Impressie van de Zuid-as volgebouwd, een gemiste kans ?

Den Haag heeft in het noordelijke deel al een volledig patroon van met elkaar verbonden parken. Samen met de assen van Den Haag is dit systeem krachtig genoeg om de hele stad verder vorm te geven.
Een voorbeeld van wat speelt op regionaal niveau is het gebied tussen Rotterdam en Den Haag. De steden dreigen te dicht naar elkaar te groeien (zijn te dicht naar elkaar toe gegroeid).

Een ruimtelijk verhaal van dorp, stad of metropool vormgeven is voor architecten stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten nu nog uitzonderlijk. Word dit een vast onderdeel van hun opdrachten pakket en is er passende ondersteuning van bestuur en planologie in plaats van tegenwerking, dan zal op korte termijn de professionalisering vorm krijgen en dan is het nog een kwestie van tijd tot dat er substantiële verbeteringen zichtbaar worden.

 Links

ruimtelijke-ordening.startpagina.nl
stedenbouw.startpagina.nl
ruimtelijke-ordening.startkabel.nl